Douchen en naar het toilet gaan doet André bij zijn ouders
In de caravan waar je je kont amper kunt keren, woont André van der Haar (26). Zijn caravan staat er uit nood: van de gemeente krijgt hij geen standplaats voor een eigen woonwagen. Hij is niet de enige. Welk kamp je ook bezoekt, overal staat wel een caravan, een schuurtje of tuinhuisje op het terrein waarin jonge mensen wonen. De oudere familieleden, ouders en grootouders, mogen in de wagen.Zo is het ook bij André. Zijn ouders wonen in de wagen die pal naast de kleine caravan staat. Douchen en naar het toilet gaan doet André bij hen. Het liefst zou hij zelf ook in een woonwagen wonen. Net als zijn ouders, grootouders en overgrootouders.
Ambtenaren beweren dat huurwagens hen te veel kosten in onderhoud
Wie is opgegroeid in de woonwagencultuur, stapt daar zelden uit. En dan woon je dus in een wagen, liefst met zo veel mogelijk familie om je heen. Waar dat kamp zich bevindt, doet er niet zo toe; samen met je bloedverwanten de cultuur en de tradities in ere houden wél.André, die in auto’s handelt, heeft veel discussies gevoerd met de gemeente. ,,Er is ons de laatste jaren van alles beloofd. Er zouden twintig standplaatsen bijkomen in de wijk, maar die hebben we nooit gekregen. De ambtenaren beweren dat huurwagens hen te veel kosten in onderhoud, dat zij het moeten betalen als er een ruitje stuk gaat, bijvoorbeeld.’’
Er bestaan veel vooroordelen over woonwagenbewoners, zegt André. ,,Het idee is dat alle kampers crimineel zijn, dat iedereen in de wiethandel zit.’’ Hij noemt zichzelf een gewone, hardwerkende Nederlander. Natuurlijk gebeurt er weleens wat, zegt André. Het probleem is alleen dat het hele kamp er dan op wordt aangekeken. ,,Als er in een burgerhuis een wietkwekerij wordt opgedoekt, is toch ook niet meteen de hele straat crimineel? Dat is het verschil.’’Eigenlijk is het gek, zegt André, dat er zo weinig begrip is voor zijn cultuur, terwijl hele hordes Nederlanders het verlangen naar een huis op wielen zo goed kennen. ,,De mensen die ons stigmatiseren zitten de hele zomer gezellig met een caravan op de camping om te barbecueën met familie. Precies wat wij al honderden jaren doen.’’
Onlangs kreeg André een tweede kind. Een dochter had hij al, nu is hij ook de trotse vader van een zoon. ,,Daarom hebben we nu ook een flatje. Voor nood. Daar kunnen wij niet wonen, want we worden er echt doodongelukkig. Een maand, langer hield ik het er niet uit. Ik kan me best voorstellen dat dat raar klinkt als je onze cultuur niet kent, maar voor mij voelde het als een gevangenis. Toen ik de voordeur open liet staan - wat wij altijd doen - stond er ineens een wildvreemde man in de woonkamer. Ik kreeg ruzie met de buren omdat ik de barbecue aanstak. En op dag één werden mijn schoenen gestolen. Die had ik net als thuis netjes voor de voordeur gezet.’’Hij hoeft geen A-locatie. ,,Ik kan overal in Nederland wonen. Ook op de hei.’’ Als het maar in een woonwagen is.
Ik ben bang dat de kinderen op een gegeven moment toch naar een huis moeten
Burengerucht
Op een ander kampje, tussen een aantal flats van tien hoog, vertelt Dirk Tel (25) hoe hij zich voelde toen hij een keer bij zijn vriendin bleef slapen. Zijn vriendin is een burgermeisje en woont in een ‘gewoon’ huis. ,,Ik hoorde allemaal geluiden van de buren. Ik had het idee dat ze naast me lagen. De muren kwamen op me af, ik werd helemaal paranoïde, het leek wel of ik gevangen zat.’’ Dat gevoel heeft hij niet in het schuurtje op het kamp waar ook zijn ouders en broer en zus wonen. Dirks schuurtje is niet groter dan een studentenkamer - maar keurig opgeruimd.Aan een tafel tussen een woonwagen en een caravan, drinkt een clubje familieleden koffie en een colaatje. De een na de ander schuift aan. Honden lopen heen en weer, een peuter wordt in een opblaasbadje gezet. De sfeer is gemoedelijk, tot het onderwerp ‘standplaatsen’ ter sprake komt. Vader Jan ziet de toekomst somber in. Vijf jaar geleden maakten hij en zijn vrouw plaats voor zijn andere zoon, diens vrouw en twee kinderen. Samen met zijn vrouw trok Jan in de caravan die ook op het kampje staat. ,,Hier kom ik nooit meer uit’’, zegt hij. ,,En ik ben bang dat de kinderen op een gegeven moment toch naar een huis moeten. Dat vind ik echt erg. We vragen weinig. Het enige dat we willen is een standplaats, al is het er maar één per jaar.’’
Derk (21), die ook aan tafel zit, vertelt dat zijn zus en zwager wel in een huis zijn gaan wonen. ,,Dat ik moet aanbellen als ik bij haar langsga, dat blijf ik raar vinden.’’
Reizigersmeisje
Receptioniste Richella Kwarten (21) werd geboren op een kamp en groeide er op totdat zij met haar ouders en broertje verhuisden naar wat zij een ‘burgerhuis’ noemt. ,,Mijn vader dacht dat het goed was om te investeren in stenen.’’Richella heeft alles wat haar hartje begeert: een ruime slaapkamer, een kast vol kleren en twee Peruaanse naakthonden, Sancho (1) en Perro (3).Toch voelt ze zich niet thuis. ,,Ik heb ook geen sleutel, want die raak ik altijd kwijt. In de winter is de deur wel dicht en dan moet ik aanbellen.’’Ze droomt ervan ooit samen met al haar neefjes en nichtjes op een kamp te wonen. In een wagen. Het liefst met gedrapeerde gordijnen en veel goud.,,Misschien moet ze in een caravan in de tuin gaan zitten’’, zegt Richella’s moeder Miranda (43). Zij heeft niet zoveel last van aanpassingsmoeilijkheden. ,,Ik kan overal wonen’’, zegt Miranda. ,,Ik pas me makkelijk aan. Al kook ik nog altijd veel, dat is toch de traditie. Ook hier kan er altijd iemand langskomen en die kan altijd aanschuiven en mee-eten. Maar Richella is een echt reizigersmeisje. Dat zie je aan alles, vind ik. Als ze op bezoek gaat bij haar oma, tut ze zich helemaal op.’’
Ook voor vandaag heeft Richella haar best gedaan. Speciaal voor de foto is ze naar de kapper en de visagist geweest.Ze vertelt dat ze zich nog goed herinnert dat haar broertje niet sprak over ‘huis’ of ‘thuis’, toen zij net van het kamp waren vertrokken. ,,Hij had het altijd over ‘het gebouw’ als hij ons huis bedoelde.’’Moeder en dochter weten niet wat de toekomst brengt. Nog los van het feit dat de standplaatsen niet voor het oprapen liggen, is de grond prijzig. Een standplaats kost gemiddeld een ton. ,,Dan komt er nog een wagen bij en ben je al snel twee ton verder.’’