BouwvanBeverwaard

2007 • 77 foto's

Nieuwe foto's van het bouwen van de beverwaard 1982?

en uitreiking van eerste sleutel aan  bewoner beverwaard.

bron: gijs den hartog.... zie foto's


Beverwaard De voormalige weilanden, ingeklemd tussen de A16 en

de Ridderkerkse wijk Bolnes, zijn tussen eind jaren

zeventig en begin jaren negentig bebouwd met

woningen, scholen, winkels en bedrijven.

De wijk is

levendig met relatief veel groen.

Bij de opzet van de Beverwaard is gebruik gemaakt van de verkaveling van de aanwezige sloten.

De noord-zuid lopende singels met dwars daarop de centrale ‘Oude Watering’ bepalen voor een groot deel het aangezicht van de wijk.

In 1996 is het gerenoveerde woonwagencentrum "De Kievit" in de Beverwaard heropend.

Na een grote brand in 1978 werd geconstateerd dat het centrum onleefbaar en gevaarlijk was.

Na een grote renovatie in de jaren negentig is er een modern woonwagencentrum met 40 standplaatsen ontstaan met alle mogelijke voorzieningen, veel groen en een waterpartij.

De officiële naam is afgeleid van het knaagdier bever, dat in het wapen van de vroegere gemeente IJsselmonde staat afgebeeld.

Waard is een andere naam voor polder. De bever leefde eeuwen geleden in en aan het water van de Rijndelta, waar hij ingenieuze dammen en stuwen bouwde om zijn leefgebied af te bakenen.

Een toepasselijke naam, want de bewoners van dit gebied leven immers ook aan het water, dat door dijken en dammen in toom wordt gehouden.

Al meer dan een kwart eeuw het wonen waardAls je niet beter weet, is de Beverwaard gewoon één van de vele wijken in de deelgemeente IJsselmonde.

Maar de allereerste bewoners van de Beverwaard weten nog dat in december 1978 de burgemeester van Rotterdam de eerste paal sloeg van deze geheel nieuwe woonwijk.

Het jaar erop betrokken de Beverwaarders hun spiksplinternieuwe woningen.

Tegenwoordig telt de Beverwaard ruim 5.000 woningen en een kleine 13.000 inwoners.

Begrensd door de A16 aan de westzijde, de Nieuwe Maas aan de noordkant en de gemeentegrens met Ridderkerk aan de oostkant, kreeg het gebied van circa 170 hectare door zijn opvallende vorm de bijnaam ‘de puntzak’.

De officiële naam is afgeleid van het knaagdier bever, dat in het wapen van de vroegere gemeente IJsselmonde staat afgebeeld. Waard is een andere naam voor polder.

De bever leefde eeuwen geleden in en aan het water van de Rijndelta, waar hij ingenieuze dammen en stuwen bouwde om zijn leefgebied af te bakenen.

Een toepasselijke naam, want de bewoners van dit gebied leven immers ook aan het water, dat door dijken en dammen in toom wordt gehouden.

Vissende en jagende boeren De eerste bewoners van dit gebied leefden er zo’n 4500 jaar geleden.

Tijdens de bouw van de Beverwaard werden bij opgravingen sporen gevonden van bewoning door vissende en jagende boeren die deel uitmaakten van de ‘Vlaardingencultuur’ van 2500 jaar voor het begin van de jaartelling. Tot 1927 werd er van hieruit op zalm gevist in de Nieuwe Maas.

Enkele eeuwen geleden werd het moerassige gebied ingedijkt en ontstond de polder Oost-IJsselmonde.

Er kwamen voor 1978 voornamelijk gemengde bedrijven voor: akkerbouw-veeteelt of soms veeteelt-tuinbouw.

In de jaren ‘60 moesten de meeste kleine boeren hun bedrijf opgeven.

Zo bleven er nog drie ‘grote’ boeren over.

Het land was voor een deel in handen van een handelsmaatschappij die toen al voorzag dat er met dat land iets anders stond te gebeuren en er dus geld kon worden verdiend.

De resterende boeren zagen zich gedwongen hun bedrijven te ontmengen en de arbeidsintensieve veeteelt op te geven.

Veel knechten gingen liever in de nabijgelegen industrie werken, waar ze aanzienlijk beter verdienden.

Woongebied voor RotterdammersIn 1948 werd de eerste studie verricht naar de mogelijkheden om hier een haven voor de binnenvaart te graven ter ontlasting van de Rijn- en Maashaven.

In 1968 werd bij de herziening van het streekplan IJsselmonde gekozen voor een woonbestemming.

Er waren op dat moment echter nog geen concrete plannen gemaakt, zodat de agrarische bestemming voorlopig bleef gehandhaafd.

Tot dan toe was er slechts bebouwing aan de Benedenrijweg en de Oostdijk. Het buitendijkse gebied had een industriële bestemming, voornamelijk met scheepsbouw en -reparatie.

Begin jaren ‘70 maakte het Rotterdamse Havenbedrijf zich opnieuw sterk voor het uitvoeren van het havenplan.

Het is opmerkelijk genoeg nooit tot een uitgewerkt plan gekomen dat de gemeenteraad kon bespreken.

Een aantal bezwaren tegen de puntzakhaven speelden een doorslaggevende rol.

De haven zou slecht bereikbaar zijn, de ligging temidden van woongebieden was ongunstig en er bestond reëel gevaar voor verzilting van groengebieden. Bovendien werd in 1974 het studierapport Beverwaard gepubliceerd.

Daarin werd een nieuw woongebied voor Rotterdam geschetst dat veel beter paste in deze omgeving.

Eén van de belangrijkste argumenten om het gebied een woonbestemming te geven was de grote leegloop van de stad.

De ondertitel van het rapport, ‘Woongebied voor Rotterdammers’, was dan ook niet voor niets gekozen.

Een nieuwe woonwijkBegin 1978 werd het bestemmingsplan Beverwaard goedgekeurd door de Rotterdamse gemeenteraad.

Met typisch Rotterdamse voortvarendheid werd er vanaf dat moment gewerkt aan de voorbereidingen voor de bouw van de nieuwe wijk.

Aan het einde van het jaar kon toenmalig burgemeester André van der Louw de eerste paal slaan.

Uitgangspunt voor de Beverwaard was het idee van een ‘stedelijk woonmilieu’.

Een omgeving waarin alle woonaspecten tot hun recht zouden komen: werken, spelen, leren, ontspannen, ontmoeten en nog veel meer.

Een goede bereikbaarheid was belangrijk, vooral voor mensen die geen auto wilden of konden gebruiken. Ook wilden de plannenmakers ruimte bieden aan allerlei initiatieven, van het opzetten van een eigen bedrijfje, het inrichten van een peuterspeelzaal tot het organiseren van buurtfeesten.

Wat men niet had voorzien, was de explosief stijgende mobiliteit in de volgende decennia...

Bij de opzet van de Beverwaard werd gebruik gemaakt van de verkaveling van de aanwezige sloten.

Ongeveer de helft van die oorspronkelijke sloten, die noord-zuid liepen, werden uitgediept en verbreed tot singels met aan weerszijden autovrije voetgangersroutes.

De resterende sloten werden gedempt. De lange, evenwijdig lopende straten en singels die aldus ontstonden, zijn typerend voor de wijk.

De dwarsstraten tussen de singels werden woonerven.

Bovendien werd de in oost-west richting lopende Oude Watering in de plannen opgenomen en gedeeltelijk verbreed tot gracht.

Hier zijn de belangrijkste wijkvoorzieningen gerealiseerd, zoals winkels, een bibliotheek, een centraal wijkpark en het multifunctionele wijkcentrum De Focus.

De woningen werden hoofdzakelijk langs de singels en de hoofd- en dwarsstraten gesitueerd.

Door deze opzet kreeg de Beverwaard gemiddeld meer woningen per hectare dan de andere wijken in de deelgemeente, maar ook een groen karakter.

Verder is het bijzonder dat in de Beverwaard geen hoogbouw is gebouwd.

Heerlijk voor kinderen Zo’n kwart eeuw geleden kwamen de eerste bewoners hun nieuwe huizen betrekken.

De eerste jaren in de afgelegen polder was het echt pionieren: verbindingen met het openbaar vervoer die nog niet goed functioneerden, nog geen eigen winkelvoorzieningen, telefoonaansluitingen die op zich lieten wachten...

Wat vonden de bewoners van het eerste uur van hun nieuwe huis en de spiksplinternieuwe wijk?

In een interview uit de begintijd kunnen we lezen hoe de pioniers er tegenaan keken.

In de Stadskrant van januari 1982 vertelt het nog jonge echtpaar Termijn over hun ervaringen in het eerste anderhalve jaar.

Een paar citaten: ‘Wij hebben ons opgegeven als gegadigden voor de Beverwaard omdat het toen de enige wijk in Rotterdam was waar je gemakkelijk een eengezinswoning kon krijgen.

We woonden destijds op een driekamerflat in Lombardijen en hadden één kind. Het tweede was op komst.

Vooral voor kinderen is het hier heerlijk en is een eengezinswoning ideaal.

In zo’n nieuwe wijk is er bovendien ongelooflijk veel te spelen met al dat zand en die stukken grond die nog niet klaar zijn.

’ Anno 1982 betaalde het echtpaar voor hun eengezinswoning 568 gulden per maand, inclusief water en wat servicekosten

Oud-IJsselmonde De wijk wordt begrensd door de Nieuwe Maas in het noorden, de autosnelweg A16 in het zuidwesten en de wijk Beverwaard in het oosten.

In Oud-IJsselmonde is het allemaal begonnen. Van het oude dijkdorp zijn in de 20e eeuw vele kenmerkende elementen verdwenen.

Het kasteel werd afgebroken na een conflict tussen de eigenaar en het toenmalige gemeentebestuur.

De bouw van de eerste en de tweede Van Brienenoordbrug, de ophoging van de Oostdijk naar Deltahoogte en stadsuitleg zijn ten koste gegaan van een groot aantal woningen, winkels, de korenmolen, de watertoren en een aantal grote boerderijen.

Met de aanleg van de Tweede Van Brienenoordbrug is er ook een einde gekomen aan de veerpont van het IJsselmondse hoofd naar het Kralingse Veer.

Maar wat resteert van het oude dorp is toch uniek voor Rotterdam.

Oud-IJsselmonde is de enige bewaarde dorpskern met de typisch ruimtelijke structuur van een Boven- en Benedenstraat.

Daarbij zijn er de laatste jaren ook positieve ontwikkelingen te zien met de succesvolle restauraties aan de Adriaen Janszkerk, de verbouwing van het Koetshuis, en fraaie nieuwbouw in de stijl van "vroeger" aan de Bovenstraat.

Al met al behoudt het dorp z'n aantrekkelijke karakter.

De traditionele paardenmarkt (vanaf  1978 weer in ere hersteld) trekt jaarlijks velen naar het oudste stukje van onze deelgemeente, waaronder vele ex-bewoners van het dorp die de gelegenheid jaarlijks aangrijpen voor het aanhalen van de banden met de voormalige woonomgeving en oude kennissen en vrienden.

veel Foto's aanbouw Beverwaard

Klik op deze Link

http://www.rotterdam010.nl/402-Herinneringen/10/12-Beverwaard-jaren-70.htm

© Copyright

De historie van IJsselmonde (6): De Beverwaard

1 / 1

ROTTERDAM - De wijk IJsselmonde kent een rijke historie, maar tegelijkertijd is het grootste deel nog geen vijftig jaar oud. Lex Bezemer verzamelde en publiceerde de geschiedenis van deze bijzondere wijk. Elke zondag is hier een deel van op Dichtbij te lezen. Vandaag deel 4: Het eiland Van Brienenoord. Meer weten over de wijk? Kijk dan op website van Lex Bezemer.

Beverwaard, het woongebied even ten zuidoosten van de Van Brienenoordbrug, bestaat in 2014 35 jaar. Begin december 1978 sloeg de toenmalige burgemeester van Rotterdam, André van der Louw, de eerste paal voor een geheel nieuwe woonwijk. Het jaar daarop betrokken de Beverwaarders van het eerste uur hun spiksplinternieuwe woningen. Begin jaren ‘80 was de Beverwaard de enige grote nieuwbouwlocatie in Rotterdam-Zuid. De stadswijk telt uiteindelijk ruim 5000 woningen met ruim 13.000 inwoners. Vijfendertig jaar geleden kwamen de eerste bewoners over de A16 hun nieuwe huizen betrekken. De eerste jaren in de afgelegen polder was het echt pionieren: verbindingen met het openbaar vervoer die nog niet goed functioneerden, nog geen eigen winkelvoorzieningen, telefoonaansluitingen die op zich lieten wachten... Een goede aanleiding voor een beetje nostalgische terugblik. Herinneringen aan het pionieren, commentaar op het wonen, winkelen en werken in de wijk. De naam BeverwaardBegrensd door de A16 aan de westzijde, de Nieuwe Maas aan de noordkant en de gemeentegrens met Ridderkerk oostwaarts, kreeg het gebied van ca. 170 hectare door zijn opvallende vorm ook wel de bijnaam ‘de puntzak’. De officiële naam is afgeleid van het knaagdier bever, dat in het wapen van de vroegere gemeente IJsselmonde staat afgebeeld. Waard is een andere naam voor polder. De bever leefde eeuwen geleden in en aan het water van de Rijndelta, waar hij ingenieuze dammen en stuwen bouwde om zijn leefgebied af te bakenen. Een toepasselijke naam, want de bewoners van dit gebied leven immers ook aan het water, dat door dijken en dammen in toom wordt gehouden. De oudste BeverwaardersDe eerste bewoners van dit gebied moeten al zo’n 4500 jaar geleden geleefd hebben, want tijdens de bouw van de Beverwaard werden bij opgravingen sporen gevonden van bewoning door vissende en jagende boeren die deel uitmaakten van de ‘Vlaardingencultuur’ van 2500 jaar voor het begin van de jaartelling. Tot in het eerste kwart van de twintigste eeuw werd er van hieruit ook nog op zalm gevist in de Nieuwe Maas. Door watervervuiling met als gevolg een dramatische teruggang van de visstand, kwam er in 1927 een einde aan de zalmvisserij. Enkele eeuwen geleden werd het moerassige gebied ingedijkt en ontstond de polder Oost-IJsselmonde. In die polder kwam voor 1978 voornamelijkgemengd bedrijf voor: akkerbouw-veeteelt, of soms veeteelt-tuinbouw, vooral aan de noordrand. Zo telde de polder in het begin van de twintigste eeuw ongeveer vijf van dergelijke bedrijven met een omvang van 30 tot 40 hectare; daarnaast acht à tien tuinbouwbedrijven en een paar kleinere gemengde bedrijven. In de jaren ‘60 van de vorige eeuw kwam er verandering in die situatie. Door de gedwongen rationalisatie moesten de meeste kleine boeren hun bedrijf opgeven. Zo bleven er nog drie ‘grote’ boeren over. Het land was voor een deel in handen van een handelsmaatschappij die toen al voorzag dat er met dat land iets anders stond te gebeuren en dat er dus geld kon worden verdiend. De resterende boeren zagen zich gedwongen hun bedrijven te ontmengen en de veel arbeidsintensievere veeteelt op te geven. Veel knechten gingen immers liever in de nabijgelegen industrie werken, waar aanzienlijk beter kon worden verdiend. Een woonwijk of een haven? Of toch liever...Reeds in 1948 gingen er voor het eerst stemmen op om het agrarische grondgebruik van het gebied te veranderen. In dat jaar werd de eerste studie verricht naar de mogelijkheden om hier een haven voor de binnenvaart te graven ter ontlasting van de Rijn- en Maashaven. Vanaf dat jaar is de benaming ‘puntzakgebied’ in verband met de vorm van de polder in gebruik geraakt. In 1968 werd bij de herziening van het streekplan IJsselmonde gekozen voor een woonbestemming. Er waren op dat moment echter nog geen concrete plannen gemaakt, zodat de agrarische bestemming voorlopig bleef gehandhaafd. Tot dan toe was er slechts bebouwing aan de Benedenrijweg en de Oostdijk. Het buitendijkse gebied had een industriële bestemming, voornamelijk met scheepsbouw en scheepsreparatie. Begin jaren ‘70 maakte het havenbedrijf zich opnieuw sterk voor het uitvoeren van het havenplan. Het is opmerkelijk genoeg nooit tot een uitgewerkt plan gekomen, dat in de gemeenteraad zou kunnen worden besproken. Een aantal bezwaren tegen de puntzakhaven speelden daarbij een doorslaggevende rol. De haven zou een te slechte bereikbaarheid krijgen, de ligging was ongunstig te midden van woongebieden en er bestond reëel gevaar voor verzilting van de groengebieden. Bovendien werd in 1974 het studierapport Beverwaard gepubliceerd. Daarin werd een nieuw woongebied voor Rotterdam geschetst dat veel beter paste in deze omgeving. Een van de belangrijkste argumenten om het gebied een woonbestemming te geven was de grote leegloop van de stad. De ondertitel van het rapport, ‘Woongebied voor Rotterdammers’, was dan ook niet voor niets gekozen. Een nieuwe woonwijkBegin 1978 werd het bestemmingsplan Beverwaard goedgekeurd door de Rotterdamse gemeenteraad. Met typisch Rotterdamse voortvarendheid werd er vanaf dat moment gewerkt aan de voorbereidingen voor de bouw van de nieuwe wijk. Aan het einde van datzelfde jaar kon toenmalig burgemeester André van der Louw de eerste paal slaan. Het bestemmingsplan werd voorbereid door de dienst Stadsontwikkeling van de gemeente Rotterdam, vele deskundigen en de toenmalige woningbouwverenigingen IJsselmonde en Onze Woongemeenschap. Het stedenbouwkundige plan was ontworpen door de Voorburgse bureaus Drenth/Tettero en Mol & Reijenga. Bij de verdere uitwerking van de plannen werden via een inspraakprocedure ook de toekomstige bewoners betrokken. Hoe zag het plan voor de Beverwaard er uit?Uitgangspunt was het idee van een ‘stedelijk woonmilieu’. Een omgeving waarin alle aspecten van het wonen tot hun recht zouden komen: werken, spelen, leren, ontspannen, ontmoeten en nog veel meer. Een goede bereikbaarheid werd belangrijk gevonden, vooral ook voor mensen die geen auto wilden of konden gebruiken. Ook wilden de plannenmakers ruimte bieden aan allerlei initiatieven, van het opzetten van een eigen bedrijfje, het inrichten van een peuterspeelzaal tot het organiseren van buurtfeesten. Wat men niet had voorzien, was de explosief stijgende mobiliteit in de volgende decennia... Bij de opzet van de Beverwaard werd gebruik gemaakt van de verkaveling van de aanwezige sloten. Ongeveer de helft van die oorspronkelijke sloten, die noord-zuid liepen, werden uitgediept en verbreed tot singels met aan weerszijden autovrije voetgangersroutes. De resterende sloten werden gedempt. De lange, evenwijdig lopende straten en singels die aldus ontstonden, zijn typerend voor de plattegrond van de wijk. De dwarsstraten tussen de singels werden als woonerven uitgevoerd. De hoofdstraten waren toegankelijk voor het verkeer, maar erg gemakkelijk werd het de auto’s niet gemaakt: ook hier werden voor een deel woonerven aangelegd. Bovendien werd de in oost-west richting lopende Oude Wetering in de plannen opgenomen en gedeeltelijk verbreed tot gracht. Hier zouden ook de belangrijkste wijkvoorzieningen worden gerealiseerd, zoals winkels, bibliotheek, centraal wijkpark en het multifunctionele wijkcentrum. De woningen werden hoofdzakelijk langs de singels en de hoofd- en dwarsstraten gesitueerd. Door deze opzet kreeg de Beverwaard gemiddeld meer woningen per hectare dan de andere wijken in de deelgemeente, maar zou hij toch veel groener dan gemiddeld worden. Vijf deelplannenDe uitwerking van het bestemmingsplan Beverwaard zou geschieden via vijf deelplannen. Met het eerste deelplan, aan de oostzijde van het gebied, tegen het Dijkje aan dat de grens met de gemeente Ridderkerk vormt, werd in de eerste maanden van 1978 een begin gemaakt, snel gevolgd door de twee volgende deelplannen. Heel optimistisch dacht men de hele wijk in 1983 klaar te kunnen hebben. Dat duurde echter een paar jaartjes langer... In de nieuwe wijk verrezen eengezinswoningen - de helft van het totaal - en gestapelde laagbouw, een beneden- en één of twee bovenwoningen. De eengezinswoningen en de benedenwoningen kregen allemaal een tuin, de bovenwoningen tenminste één dakterras. De huursector - woningwet en premiehuur - was met 80 % van de woningen sterk in de meerderheid. De overige 20 % waren koopwoningen, grotendeels premiekoop. Alle soorten zouden door elkaar worden gebouwd. Als gevolg van leegstandsproblemen, die weer het gevolg waren van de hoge rentestanden eind jaren zeventig en begin jaren tachtig, maakte de Beverwaard een moeizame start met z’n imago als groene woonwijk. Verschillende campagnes, zoals ‘De Beverwaard maakt ‘t’ en ‘Beverwaard ‘t wonen waard’ werden ingezet om de beeldvorming over de wijk te beïnvloeden. In de tweede helft van de jaren negentig werd een samenhangend plan opgesteld en in uitvoering genomen om het wonen en samenleven in de Beverwaard een nieuwe kwaliteitsimpuls te geven. ‘Vooral voor de kinderen is het hier heerlijk’Wat vonden bewoners van het eerste uur nu van hun nieuwe huis en de spiksplinternieuwe wijk? Aardig is het om in een interview uit de begintijd te lezen hoe de pioniers in de Beverwaard er tegenaan keken. In de Stadskrant van januari 1982 vertelt het nog jonge echtpaar Termijn over zijn ervaringen in de eerste anderhalve jaar: ‘Toen wij ons hebben opgegeven als gegadigden voor de Beverwaard was dat vooral omdat het toen de enige wijk in Rotterdam was, waar je gemakkelijk een eengezinswoning zou kunnen krijgen. We woonden destijds op een drie-kamerflat in Lombardijen en hadden één kind. Het tweede was op komst. En vooral voor kinderen is het hier heerlijk en is een eengezinswoning ideaal. In zo’n nieuwe wijk is er bovendien ongelooflijk veel te spelen met al dat zand en die stukken grond die nog niet klaar zijn.’ Anno 1982 betaalde het echtpaar Termijn voor zijn eengezinswoning 568 gulden per maand, inclusief water en wat servicekosten. De kale huur van de van de woning bedroeg 530 gulden.

Delen: